Hoop op overlevenden onder Filipijnse modder vervliegt

GUINSAUGON - De hoop dat reddingswerkers nog overlevenden zullen weten op te sporen onder de modder waar voorheen in het Filipijnse dorp Guinsagon een basisschool stond, vervliegt. Met hun gevoelige seismische en geluidsapparatuur hebben Amerikaanse en Maleisische militairen geen tekenen van leven bespeurd.

Gisteren zei gouverneur Rosette Lerias van Zuid-Leyte dat schraapgeluiden en ritmisch geklop waren gehoord. Er werden lichtmasten opgericht om de reddingswerkers bij te lichten zodat zij hun werkzaamheden ís nachts konden voortzetten. Vooralsnog hebben zij niemand gevonden.

Het is ook haast niet voor te stellen dat er nog overlevenden zijn onder de 35 meter diepe laag natte modder, maar het verhaal deed de ronde dat enkele van de 250 tot 300 leerlingen nog smsíjes naar hun familie hadden verstuurd nadat de school vrijdag was bedolven.

Sinds enkele uren na de aardverschuiving zijn geen overlevenden meer uit de modder gehaald. Een Amerikaanse legerwoordvoerder zei gisteravond dat Amerikaanse mariniers op de plaats van de ramp alleen maar doden hebben geborgen. De verklaring was in tegenspraak met een eerdere mededeling van de Filipijnse staatssecretaris Marius Corpus, dat Amerikaanse militairen vijftig overlevenden hadden gevonden.

Het aantal vermisten in Guinsaugon is beduidend lager dan eerst werd gevreesd. Volgens de autoriteiten zijn er geen 1.800, maar 928 vermisten. In totaal werden 82 doden geborgen.

mcu

21/02/2006

Bron : de Standaard

Archief - Home