Het broeikaseffect in een tijdlijn (1827-1991)

1827: De Franse wis- en natuurkundige Jean-Baptiste Fourier voorspelt een atmosferisch effect dat de aarde warmer zou maken dan normaal. Hij is de eerste die een serre/broeikas als analogie gebruikt.

1863: De Ierse wetenschapper John Tyndall publiceert een paper die beschrijft hoe waterdamp een broeikasgas kan zijn.

jaren 1890: De Zweedse wetenschapper Svante Arrhenius en de Amerikaan P.C. Chamberlain denken onafhankelijk van elkaar na over de mogelijke schadelijke gevolgen van de stijgende hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Beide geleerden beseffen dat de verbranding van fossiele brandstoffen kan leiden tot wereldwijde opwarming, maar geen van beide vermoedt dat het proces al zou kunnen bezig zijn.

1890-1940: De gemiddelde oppervlaktetemperatuur stijgt met ongeveer 0,25C.

1940-1970: Wereldwijde daling van de gemiddelde temperatuur met 0,2C. De wetenschappelijke belangstelling voor het broeikaseffect ebt weg. Sommige klimatologen voorspellen een nieuwe ijstijd.

1957: De Amerikaanse oceanograaf Roger Revelle waarschuwt dat de mensheid een "grootschalig geofysisch experiment" voert op de planeet door de uitstoot van broeikasgassen. Collega David Keeling begint de eerste doorlopende observatie van CO2-gehaltes in de atmosfeer.

jaren '70: Een reeks studies door het Amerikaanse Departement van Energie wakkert de bezorgdheid voor wereldwijde opwarming aan.

1979: De eerste Wereldklimaat Conventie beschouwt klimaatverandering als een uitermate belangrijk onderwerp en roept regeringen op om menselijke veranderingen in het klimaat te voorzien en te verhinderen.

1985: De eerste grote internationale conferentie over het broeikaseffect in het Oostenrijkse Villach waarschuwt dat broeikasgassen "in de eerste helft van de volgende eeuw een wereldwijde stijging van de gemiddelde temperatuur zullen veroorzaken die groter is dan eender welke in de menselijke geschiedenis." Onderzoekers zeggen dat de zeespiegel tot een meter zou kunnen stijgen. De conferentie meldt ook dat andere gassen dan CO2, zoals methaan, ozon, cfk's en stikstofdioxide (lachgas) bijdragen tot de opwarming.

1987: Het warmste jaar sinds de start van de metingen. De jaren '80 worden het heetste decennium, met zeven van de acht warmste waargenomen jaren. Zelfs de koudste jaren in het decennium waren warmer dan de warmste jaren in hetzelfde decennium een eeuw eerder.

1988: Wetenschappers wijten de grootschalige droogte in de VS aan de opwarming van de aarde. Ze roepen op tot een daling van de CO2-uitstoot met 20% tegen 2005. De VN richt het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) op.

1990: Het eerste rapport van het IPCC stelt een stijging van 0,5C vast in de voorbije eeuw. De organisatie waarschuwt dat enkel drastische maatregelen het broeikaseffect zullen kunnen tegenhouden.

1991: In de Filippijnen barst de vulkaan Pinatubo uit. De afvalstoffen die de berg daarbij in de stratosfeer stuwt schermen de aarde af van de zonnestralen waardoor de gemiddelde temperaturen twee jaren dalen alvorens terug te stijgen. Wetenschappers grijpen deze gebeurtenis aan om aan te tonen hoe gevoelig de globale temperaturen zijn voor verstoring.

31/01/2005

Bron : Het Laatste Nieuws

Archief - Home