Zombies aan een leiband door Kurt Blondeel

Raar groepje toch, The Zombies. Op de Filippijnen bracht het Engelse beatkwintet avond na avond bijna 40.000 toeschouwers op de been, maar in eigen land viel enkel het saaie boekhoudersimago op. Manager en producer hielden de groep in een wurggreep. Met Odessey & Oracle maakte het een van de mooiste platen van de sixties, maar geen hond was geÔnteresseerd. Jazeker, het onverwoestbare 'Time of the Season' werd een knoert van een hit. Alleen: de band was toen al twee jaar dood en begraven.

DOOR KURT BLONDEEL

'Ik denk niet dat ook maar iemand een even bizarre carriŤre heeft gehad als wij", trekt toetsenspeler en componist Rod Argent vandaag een blik met understatements open. Op zijn 59ste heeft de joviale Brit evenwel alle reden om dat met een nostalgische en voldane glimlach te doen. Gerechtigheid bestaat, maar ze komt soms traag.

Onder meer Beck, Tom Petty, The Posies en Belle & Sebastian vonden de voorbije jaren dat ze wel iets aankonden met een Zombies-song. Courtney Love - al dan niet in geÔntoxiceerde staat - bestempelde de groep niet zo lang geleden als "waarschijnlijk de beste in de wereldgeschiedenis, naast Led Zeppelin". En Gruff Rhys, voorman van het Welshe spacerockcollectief Super Furry Animals, vertrekt naar verluidt nooit op tournee zonder een exemplaar van Odessey & Oracle in zijn koffer. Kortom, de timing voor een groepsreŁnie leek nooit opportuner. Niet verwonderlijk dus dat eerder dit jaar As Far As I Can See het levenslicht zag, een plaat waarmee in de personen van Rod Argent en zanger Colin Blunstone alvast twee Zombies na bijna 37 jaar weer uit de dood zijn opgestaan.

"We hebben heel wat tegenslag gekend, maar er zijn evenveel fortuinlijke gebeurtenissen geweest", vervolgt Rod Argent. "Wij beslissen tegenwoordig welke songs in welke volgorde op de plaat komen, en wanneer ze uitkomt. Dat hadden we niet kunnen doen zonder wat er in die vroege jaren is gebeurd."

Negenuurjournaal

Opvallen deden The Zombies al meteen toen ze in 1962 voor het eerst hun repetitiehok in het stadje St. Albans in Hertfordshire uitstapten. In tegenstelling tot de ontelbare andere rock-'n-roll- en rhythm & blues-groepjes die in de eerste helft van de sixties als paddestoelen uit de Engelse grond schoten - een fenomeen dat de genreaanduiding beat music opleverde - laafden de leden zich eveneens aan latin, jazz en zelfs klassiek. "Mensen zeiden dat onze eerste single 'She's Not There' zo Šnders klonk, maar zelf vonden we dat helemaal niet", herinnert Rod Argent zich. "We dachten niets anders dan dat we een beatgroepje waren met een nieuwe song. Al was het wel zo dat we in de liedjeswedstrijd die we in 1963 wonnen, en die ons onrechtstreeks een platencontract bij Decca opleverde, hoge ogen hadden gegooid met onze cover van George Gershwins 'Summertime'. Compleet met een jazzimprovisatie in het midden, wat heel ongewoon was in het popidioom."

'She's Not There' en ook derde single 'Tell Her No' deden het vooral in Amerika heel goed. The Zombies behoorden dan ook samen met The Kinks, The Who en The Animals tot de zogenaamde British Invasion-groepen die de gigantische Amerikaanse markt veroverden in het kielzog van The Beatles. Een prestatie die ook nu nog dť uitdaging blijft voor elke Britse groep van betekenis. Argent: "Ik weet nog dat toen we er voor het eerst op tournee gingen, ik als negentienjarige naar moeder thuis belde. Ze vertelde me tot mijn grote verbazing dat we net op het negenuurjournaal waren geweest! Blijkbaar waren we de eerste Britse groep na The Beatles die de hitlijsten daar had aangevoerd met een zelfgeschreven nummer."

De roes was echter van korte duur. Wie in die dagen de aandacht van het publiek wilde verkrijgen, moest daarvoor singles als pasmunt voorleggen, op voorwaarde dan nog dat dergelijke 45-plaatjes zich in het keurslijf van tweeŽnhalve minuut lieten wurmen. Over elpees werd nog geen drukte gemaakt. Begin Here (1965), het langspeeldebuut van The Zombies, was zoals gebruikelijk dan ook een verzameling van de bekende singles, aangevuld met mindere goden en een handvol bluescovers. Nadat acht opeenvolgende singles genadeloos waren geflopt en The Zombies door Decca werden gedumpt, kwam het einde sneller dan verwacht in zicht. "Voor de niet-componisten in de band, naast mezelf ook drummer Hugh Grundy en gitarist Paul Atkinson, had het gebrek aan optredens verstrekkende financiŽle consequenties", verklaart Colin Blunstone. "We raakten simpelweg blut omdat we geen inkomsten uit auteursrechten ontvingen." Argent: "Sneu eigenlijk, vooral omdat we zo'n twee jaar na de feiten vernamen dat we in het buitenland een hit hadden gescoord. In die tijd wist je een dag nadien nog niet dat je single in AustraliŽ in de hitlijsten stond. Ondertussen zaten wij daar in Engeland maar op respons te wachten."

Kinderen in een snoepwinkel

Naar de reden van de plotse publieke onverschilligheid hebben The Zombies - toen overigens vlijtige studenten met een rooskleurige toekomst in de financiŽle wereld - altijd het raden gehad. Misschien, zo opperen Colin Blunstone en Rod Argent nu, kwam het doordat de popindustrie toen nog in haar kinderschoenen stond. Producers, managers en platenmaatschappijen wierpen zich op als studiemeesters die hun gretige pupillen streng onder de knoet hielden. The Zombies mochten op de Filippijnen dan een stadiongroep zijn, van hun malicieuze manager ontvingen ze een schamele 80 pond per week, onder vijf te verdelen. Ook in de studio hing de groep aan de leiband.

"Je moet weten dat zowat alle Zombies-muziek vůůr Odessey & Oracle door dezelfde producer is opgenomen", zucht Blunstone. "Een bekwaam man, maar ook eentje van de oude stempel." Argent knikt. "Als de eerste single zo'n succes was geweest, dan moest dat wel door de luchtigheid van Colins stem zijn gekomen, redeneerde hij. In alle daaropvolgende singles probeerde hij dat aspect dan ook halsstarrig in de verf te zetten, ten koste van bijna alles. We werden er stapelgek van. Eťn keer hebben we het gewaagd niťt naar de pub te gaan toen hij wel even een nummer zou mixen. Dat we erop stonden om te blijven, heeft tot een enorme ruzie geleid, waarbij zelfs met dingen werd gegooid. Hij was nogal lichtgeraakt en dictatoriaal, en had zo zijn manier van werken, waar hij onder geen beding van af wilde stappen. Ik heb dan ook altijd de indruk gehad dat veel van die songs na de mix nog weinig ballen hadden."

Om de levensloop van hun groep alsnog op een positieve noot te laten eindigen, was er Rod Argent en bassist Chris White, de songschrijvers en creatieve motors achter de groep, alles aan gelegen nog eens zťlf een langspeler te maken. Het tweetal trok naar platenmaatschappij CBS, peuterde er tweeduizend pond los en toog dolenthousiast aan het werk. "Chris en ik waanden ons kinderen die in een snoepwinkel werden losgelaten: eindelijk stond niemand nog op onze vingers te kijken", weet Argent nog. Het wonderlijke resultaat heette Odessey & Oracle. Deze parel van vroege Britse psychedelica zette echter geen commerciŽle zoden aan de dijk. Eind datzelfde jaar 1967 hielden The Zombies het na amper vijf lentes voor bekeken.

Krachttermen

De laatste single die bijna twee jaar later uit de plaat werd getrokken, heette 'Time of the Season'. Ironisch genoeg zou net dat nummer uitgroeien tot het bekendste van The Zombies. Nochtans had Colin Blunstone er aanvankelijk zijn neus voor opgehaald. "Als je dus een gefundeerde mening wilt over het hitpotentieel van een nummer, moet je alvast niet bij mij aankloppen", lacht hij nu. "Het was de enige song die we niet goed hadden ingeoefend, omdat ze pas 's morgens helemaal af was en 's namiddags al werd opgenomen. Ik vond er niet veel aan, en had ook problemen met de melodie. Dat leidde tot een fikse ruzie in de studio. Rod stond me voortdurend uit te leggen hoe het anders en beter moest, tot ik zei: 'Als je het zo goed weet, zing het dan zelf'. Vermengd met nog wat krachttermen, natuurlijk. Maar hij stond erop dat ik me als zanger van mijn taak kweet.

"Achteraf gezien heb ik met die song wel leren leven. Al was het maar omdat er twee miljoen exemplaren de deur van zijn uitgegaan." (hilariteit)

Desondanks zagen de voormalige Zombies geen heil in een reŁnie voor het geld. Colin Blunstone was een veelbelovende solocarriŤre gestart, Paul Atkinson werd A&R-manager bij de Amerikaanse vestiging van platenfirma MCA, Hugh Grundy opende een pub en Rod Argent stampte samen met Chris White (die enkel van achter de schermen meedeed) en zanger Russ Ballard de rockgroep Argent uit de grond. Later zou de toetsenist nog platen van onder meer Tanita Tikaram en Nanci Griffith producen.

Rod Argent mag dan gepokt en gemazeld zijn in de muziekwereld, zijn onbevangenheid heeft hij er niet bij ingeschoten. "Ik vind het heel opwindend dat jonge mensen tegenwoordig onbevooroordeeld naar ons toekomen omdat wij blijkbaar een gevoelige snaar bij hen hebben geraakt", besluit hij. "Even ontroerend is het voor mij om een nieuw nummer van ons op de radio te horen. Ik verzeker je: dat onoverwinnelijke gevoel is nog steeds hetzelfde als al die jaren geleden."

Discografie: Begin Here (1965, HHH), Odessey & Oracle (1967, HHHH), As Far As I Can See (2004, HHH).

Zanger Colin Blunstone van The Zombies over de classic 'Time of the Season': 'Ik vond er niet veel aan. Tot er twee miljoen stuks van verkocht werden'

26/07/2004

Bron : De Morgen

Archief - Home