Een glimlach bij de achterdeur van zijn paleis

Revolutie in het informatietijdperk. Estrada was helemaal niet eenzaam achtergebleven, maar hij moest wel vertrekken.

Door onze correspondent ROBERT GIEBELS

MANILA, 22 JAN. Zo snel als de machtswisseling afgelopen zaterdag is verlopen, zo snel keren de Filippijnen terug naar de orde van de dag. Zondag schreeuwt een diskjockey zijn luisteraars toe: "Het feest is afgelopen. Morgen gaan jullie allemaal weer aan het werk. It's business as usuááál!"

Dat geldt niet voor Joseph Estrada. Op dinsdag 30 juni 1998 heeft de ex- filmster het presidentiële Malacanang-paleis betrokken in de prettige wetenschap dat hij de grootste verkiezingsoverwinning in de Filippijnse geschiedenis heeft geboekt. Op zaterdagmiddag 20 januari 2001 valt het doek en is de middenklasse-revolutie van één dag tegen de 'kampioen van de armen' die vooral zijn eigen zakken vulde, alweer afgelopen.

De zaterdag breekt aan in grote verwarring. Nadat Estrada dinsdagavond 'virtueel' is vrijgesproken van corruptie in het bijna twee maanden lange afzettingsproces in de Senaat, gaan tienduizenden demonstranten de straat op. Ze demonstreren onafgebroken om Estrada's aftreden te eisen. Als middelpunt van hun verzet hebben ze het EDSA-monument uitgekozen, een Mariabeeld naast de rondweg, waar begin 1986 ook de volksopstand tegen dictator Ferdinand Marcos groeide.

Vrijdag sluiten leger en politie zich aan. Het is de genadeklap. De belaagde president beseft dat ook, maar hij wil een veilige uitweg voor zichzelf creëren. Hij wil garanties dat hij niet zal worden vervolgd voor zijn wandaden, melden de media.

Vice-president en oppositieleidster Gloria Macapagal-Arroyo heeft die nacht al verklaard dat zij, danzij de steun van het leger, de nieuwe opperbevelhebber is van de strijdkrachten en dat ze zich zaterdagmiddag zal laten beëdigen als nieuwe president. Als in de ochtenduren blijkt dat het aan Estrada gestelde ultimatum van onmiddelijk en onvoorwaardelijk aftreden zonder resultaat is verstreken, verklaart het Hooggerechtshof de functie van president van de republiek vacant. Estrada zit dan eenzaam in zijn paleis en kijkt tv. Zijn familie is vertrokken naar de VS en op het vliegveld staat een vliegtuig klaar om ook hem te evacueren, luidt de boodschap die razendsnel via mobiele telefoontjes wordt verspreid.

De text-message revolution verloopt zoals voorspeld, maar heeft toch een verrassende afloop. Estrada verschijnt nog eens op de televisie en doet een laatste wanhopige poging het tij te keren. Maar zijn voorstellen krijgen geen gehoor. De oppositie, gesteund door leger en politie, door de kerk én door de hoogste rechters in het land, weet dat het licht op groen staat voor de beëdiging van Arroyo. Zaterdag om half één 's middags stijgt bij het EDSA- monument een oorverdovend applaus op als Arroyo daar haar eed heeft afgelegd. "So help me God."

Nu hebben de Filippijnen twee presidenten, want Estrada weigert ontslag te nemen. Maar onder druk van overvliegende straaljagers en oprukkende demonstranten, neemt een huilende Estrada eindelijk afscheid van zijn personeel. Als hij via een achterdeur naar buiten komt ziet hij een handjevol aanhangers en brengt de ex-acteur een glimlach op het gezicht. Dan vertrekt hij naar San Juan, een voorstad waar hij ooit zijn politieke carrière als burgemeester begon. Naast hem lopen zijn vrouw en enkele van zijn kinderen. Ze zijn gebleven, anders dan de boodschappers van de text-message revolution hebben voorgespiegeld.

22/01/2001

Bron : NRC Handelsblad

Archief - Home