Teodora Alonso : Een blik op de moeder van een held.

Rizal zei: 

"Na God, zijn mannen en vrouwen alles schuldig aan hun moeders"

Teodora Morales Alonso Realonda y Quintos, werd geboren op 9 november 1827, in een welstellende familie.  Haar vader was Lorenzo Alberto Alonso en haar moeder Brigida de Quintos. Ze was de jongste dochter uit het gezin met 5 kinderen.

Net zoals haar moeder werd Teodora een goed opgeleide vrouw, ze studeerde af van de Colegio de Santa Rosa in Manila.  Teodora was een van de weinige vrouwen die in die tijd hun school beëindigden.  Met trots schreef Rizal naar Blumentritt, “My mother is not woman of ordinary culture. She knows literature and speaks better than I do. She even corrected my poems and gave me wise advise when was studying rhetoric. She is a mathematician and has read many books. Her father who was Philippine representative to the Cortes had been her teacher."

Op 20 jarige leeftijd stapte ze in het huwelijksbootje met Francisco Mercado in 1848 te Biņan.  Ze gingen in Calamba wonen waar ze 11 kinderen groot brachten. Saturnina, Paciano, Narcisa, Olimpia, Lucia, Maria, Jose, Concepcion, Josefa, Trinidad en Soledad.  Ze vertelde dat ze enorm veel pijn geleden had bij de geboorte van het zevende kind, Jose.  Een van de dochters, Narcisa, vertelde dat ze op het ogenblik van de bevalling 9 jaar oud was en dat ze zich herinnerde dat haar moeder heel veel pijn leed op dat moment.  De pijn werd later toegeschreven aan het feit dat het hoofd van Jose groter was dan normaal.  Maar het zou niet de enigste pijn zijn waar ze zou onder lijden door deze zoon.

Het hoofdinkomen van de familie Rizal kwam vooral uit de landbouw.  Na een tijdje begon het de familie goed te gaan, ze waren in Calamba de eerste bezitters van een stenen woning.  Hun goede inkomen was niet enkel te wijten aan een goed beheer van de boerderij maar tevens door het efficiente beheer van het huishouden door Doņa Teodora.  Ze beheerde niet enkel de financiën van het huishouden maar ook deze van de boerderij waar koren, rijst en suikerriet verbouwd werd.  Ze lanceerden zich in de textielwereld en baaten suiker- en graanmolen uit.  Alsof het nog niet voldoende was opende Doņa Teodora een winkel op het gelijkvloers van hun woning.  Dank zij hun inzet en harde werken konden ze hun kinderen naar voorname scholen sturen in Manila, hun zoon Jose kon zelfs naar de universiteiten  in Europa.

Zelfs ondanks haar inzet voor de familiezaak heeft Doņa Teodora nooit haar taken als moeder verzuimt.  Ze was toegewijd, liefdevol maar strikt en disciplinair.  Ze was zo effectier als eerste leraar van haar kinderen dat Rizal jarenlater opmerkte “De opvoeding die ik in mijn prille kinderjaren kreeg was misschien verantwoordelijk voor mijn huidige gewoontes en overtuigingen.  Ze was een diep gelovige vrouw, ze leerde haar kinderen de liefde voor God en de trouw voor hun moederland.  Ze was wel de eerste die reageerde tegen de plannen van vader Rizal om Jose hogere studies te laten doen.  Voor haar was de vervulvulling van haar taken als Chistelijke veel bevredigender dan het verzamelen van kennis welk soms tot veel grotere gevaren kan leiden.

Jose hield enorm veel van haar en hij bewonderde haar enorm voor haar intellect en haar toewijding voor het gezin.  Zij had een enorme invloed op haar zoon toen hij besliste om geneeskunde te gaan studeren als haar zicht fel begon af te nemen, hij specialiseerde in ophthalmologie.

Doņa Teodora verliet Hongkong in 1893 om hem te vergezellen als hij verbannen werd naar Dapitan.  Rizal betuigde haar het grootste respect dat een man ooit zijn moeder kan betuigen toen hij in zijn memoires schreef : “Ah ! Wat zou er zonder haar van mijn opvoeding geworden zijn en wat met mijn geloof ?  Oh, ja !  Na God is de moeder alles voor de man !”

Doņa Teodora was een heel goede echtgenote.  Ze deelde in haar man zijn vreugde, verdriet en in zijn problemen.  Ze was voor hem een echte hulp en een troost in tijden van ongemak.  Haar toewijding tot haar man kan in de brieven die Dr. Rizal aan zijn goede vriend Blumentritt schreef terwijl hij in 1895 in Datipan was afgeleid worden.   In één van die brieven schreef hij dat zijn moeder naar Manila vertrokken was omdat zijn vader zwakker geworden was en haar wou zien.  In een andere schreef hij : “Mijn vader is terug beter en mijn oude moeder wil niet van hem niet alleen laten – zoals twee vrienden in hun laatse uren voor hun afscheid, wetende dat ze elkaar vaarwel zullen moeten zeggen, ze willen niet ver van elkaar verwijderd zijn.  Doņa Teodora overleefde Don Francisco, hij stief op 5 januari 1898, iets meer dan een jaar na de executie van zijn zoon.

Onder de leden van zijn familie, naast Dr. Rizal zelf heeft zijn moeder Doņa Teodora misschien wel het meest geleden onder de Spaanse tiaranie.  Twee keer werd ze onrechtmatig opgesloten in de gevangenis op basis van ongegronde beschuldigingen.  In 1871 werd ze beschuldigd omdat ze zogezegd de vrouw van haar broer Jose zou vergitigd hebben.  Ze zaak kwam voor het Hoger Gerechtshof waar ze door de twee beste advokaten van Manila verdedigd werd.  Ze werd telkens vrijgesproken maar ze had dan wel al twee en een half jaar opsluiten achter de rug.

In 1890 werden de Rizals samen met andere Filippijnse families in Calamba uit hun landgoed gezet ten gevolge een onenigheid tussen de Filippijnse pachters en de Broeders Dominicanen die de grootgrondbezitters waren in Calamba.  Dakloos trok de familie Rizal naar Manila en bouwden hun leven daar verder op.  Maar de Spanjaarden bleven hen vervolgen.  In 1891 werd Doņa Teodora opnieuw aangehouden.  Dr. Rizal schreef hieromtrent : “Van Manila stuurden ze haar naar Sta. Cruz, provincie Laguna, doorheen de bergen, van dorp tot dorp, omdat ze zichzelf niet Realonda de Rizal noemde maar Teodora Alonso ! Ze heete altijd Teodora Alonso !  Stel je voor een 64 jaar oude vrouw die door de bergen reisde samen met haar dochter en dit onder begeleiding van soldaten.  Toen mijn moeder en mijn zuster na vier dagen aankwamen in Sta. Cruz liet de gouverneur, welke sterk onder de indruk was, hen vrij.

De eindeloze vervolgingen zorgde ervoor dat ze beslisten om in te trekken bij Dr. Jose Rizal in Hong Kong in 1891.  Het was een tevreden Rizal die zijn vriend Blumentritt schreef dat zijn moeder, zijn vader en zijn broers en zussen bij hem ingetrokken waren, “ver van de vervolgingen waar ze in de Filippijnen onder leden.”

Welk groter verdriet kan het hart vullen van een moeder dan het moment te moeten afwachen op welk haar zoon zal worden veroordeeld tot de doodstraf zonder voorafgaand eerlijk proces.  Doņa Teodora schreef nog naar de gouverneur-generaal maar zonder enig gevolg.  Op 30 december 1896 werd Dr. José Rizal terecht gesteld in Bagulbayan Field.

Doņa Teodora leefde nog 15 jaar na de terechtstelling van haar zoon.  Ze overleed in Manila op 16 augustus 1911.  Op haar begrafenis kreeg ze eindelijk de eer die haar toekwam.

Een voorval in het leven van Doņa Teodora mag toch niet over het hoofd gezien worden.  In 1907 beloonde de Filippijnse wetgever haar met een levenslang pensioen als teken van dankbaarheid.  Ze weigerde het aanbod beleefd naar eer en geweten.  Ze repliceerde : “Mijn familie is nooit patriotisch geweest voor het geld.  Als de regering er te veel heeft en niet wat ermee aan te vangen kan ze misschien een belastingsverlaging door voeren.”

Top of page

Š 2004 users.pandora.be/pinoy-pinay, All rights reserved

 

17/08/2004